Tegemoetkoming WW kan leiden tot verrekening of terugvordering bijstandsuitkering

Let op: het UWV betaalt vanaf april de tegemoetkoming WW uit. Dit kan leiden tot verrekening of terugvordering van de bijstandsuitkering. 
Meer informatie hierover vindt u in de onderstaande tekst. De tekst is geciteerd uit de Verzamelbrief aan gemeenten 2017-1 van 31 maart 2017, verstuurd door het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Per 1 december 2016 zijn de dagloonregels veranderd voor WW-uitkeringen van flexwerkers, starters en herintreders, maar ook voor WW’ers die voorafgaand aan hun WW-uitkering minder loon kregen door ziekte. Klanten die in de periode van 1 juli 2015 tot 1 december 2016 een lager dagloon hebben ontvangen dan volgens deze nieuwe regels het geval zou zijn geweest, ontvangen in 2017 een eenmalige tegemoetkoming. Dit in het kader van de Tijdelijke regeling tegemoetkoming Dagloonbesluit werknemersverzekeringen. Klanten die hiervoor in aanmerking komen hebben in januari 2017 hierover een brief ontvangen van het UWV. Het UWV betaalt deze tegemoetkoming vanaf april 2017 uit.

Voor de Participatiewet is van belang dat deze eenmalige tegemoetkoming wordt beschouwd als ‘middel’ in de zin van artikel 31, eerste lid, van de Participatiewet. In de Tijdelijke regeling tegemoetkoming Dagloonbesluit werknemersverzekeringen is bepaald dat de eenmalige tegemoetkoming moet worden beschouwd als een WW-uitkering. Dat betekent dat er sprake is van een socialezekerheidsuitkering. Dat kan van invloed zijn op de bijstandsuitkering.

Onderstaande drie situaties dienen ter illustratie voor gemeenten om te beoordelen of er sprake is van vermogen of inkomsten:

  1. Als er voorafgaand aan de bijstand een periode is geweest waarin er recht is op een WW-uitkering en daaruit het recht op de eenmalige tegemoetkoming voortvloeit, dan ziet dit recht op een periode waarover geen beroep op bijstand is gedaan. Het ziet namelijk op de WW-periode, voorafgaand aan de bijstand. De betaling van de tegemoetkoming wordt dan dus gezien als vermogen en niet als inkomen en valt onder artikel 34 van de Participatiewet.
  2. Iemand ontvangt bijstand en op een later moment blijkt dat die persoon over die periode recht had op een WW-uitkering. Wanneer de eenmalige tegemoetkoming wordt betaald, ziet het recht op de eenmalige tegemoetkoming op dat moment wél op een periode waarover een beroep op bijstand is gedaan en is er sprake van inkomen.
  3. Een WW-gerechtigde ontvangt over een periode naast de WW-uitkering (tegelijkertijd) een bijstandsuitkering. Vervolgens blijkt dat er een eenmalige tegemoetkoming wordt betaald die ziet op de periode waarin beroep op bijstand is gedaan. Op dat moment ziet het recht op de eenmalige tegemoetkoming op een periode waarover een beroep op bijstand is gedaan en is er sprake van inkomen.

Er is in alle gevallen sprake van inkomen of vermogen. En in sommige gevallen kan er sprake zijn van recht op verrekening met een bijstandsuitkering, of kan er een terugvordering ontstaan van (een deel van) een bijstandsuitkering. Het is verstandig hiermee rekening te houden binnen schuldhulpverlening of beschermingsbewind.