Collectief afbetalingsplan op komst
Het stelsel van civiele invordering is nu gericht op individuele vorderingen en individuele betalingsregelingen. Een invorderaar weet vaak niet welke andere schulden er zijn en of daar al betaalafspraken zijn gemaakt. Het huidige wettelijke stelsel werkt coördinatie en kostenbeperking onvoldoende in de hand. Daarom kondigde de Staatssecretaris van Justitie recentelijk de komst van een collectief betalingsplan aan. Bureau Wsnp en de Beroepsvereniging Bewindvoerders Wsnp (BBW) waren betrokken bij deze plannen.
Waarom een collectief betalingsplan?
Een collectief afbetalingsplan (CAP) is een gecoördineerde betalingsregeling voor een debiteur met meerdere schuldeisers, gericht op volledige betaling van de schulden. Staatssecretaris Van Bruggen van Justitie en Veiligheid kondigt in haar brief van 11 juni 2026 de komst aan van een wettelijke regeling van dit collectief afbetalingsplan. In het stelsel van civiele invordering staat nu de individuele vordering en de individuele betalingsregeling centraal. Elke crediteur probeert solo te incasseren en weet zelden welke andere schulden bestaan en of daar soms betaalafspraken zijn gemaakt. Dit komt ook doordat er nu nog geen financiële vergoeding voor een gecoördineerde betalingsregeling bestaat, terwijl er wel veel werk zit in het inventariseren van andere schulden.
De plannen voor een CAP worden komend najaar nader uitgewerkt, zodat uiterlijk in het voorjaar van 2027 een wetsvoorstel in internetconsultatie komt.
Vertrouwen crediteur en bescherming debiteur
Het is belangrijk dat een debiteur beschermd wordt tegen onrealistische betaalafspraken en dat de schuldeiser erop kan vertrouwen dat de maximale afloscapaciteit eerlijk wordt verdeeld. Door de focus op de totale schuldenlast, voorkomt een CAP dat schuldeisers met elkaar concurreren om de afloscapaciteit van de burger en overgaan tot beslaglegging, waardoor de kosten van invordering snel oplopen en (kleine) schulden sneller problematisch kunnen worden.
Professionele partij
Er is meer duidelijkheid over wie de uitvoerende partijen kunnen zijn, namelijk de professionals als bedoeld in artikel 48 Wet consumentenkrediet, waaronder ook de Wsnp-bewindvoerders. Een CAP mag uitsluitend worden opgesteld door een onafhankelijke en professionele partij die de belangen van zowel schuldeiser als de debiteur weegt om tot een duurzame oplossing te komen. Door de begeleiding van een professionele partij kan de schuldeiser erop vertrouwen dat een passende betalingsregeling wordt afgesproken, waarbij recht wordt gedaan aan de belangen van alle schuldeisers.
Hiervoor wordt aangesloten bij de partijen die nu al wettelijk bevoegd zijn om tegen betaling schuldbemiddeling aan te bieden: de partijen genoemd in art. 48 Wck. Dit zijn partijen die wettelijk gereguleerd zijn:
- de gemeenten;
- gemeentelijke kredietbanken of instellingen die zich in opdracht en voor rekening van gemeenten met schuldbemiddeling bezighouden;
- advocaten;
- curatoren faillissement en Wsnp-bewindvoerders;
- beschermingsbewindvoerders BW1;
- notarissen;
- gerechtsdeurwaarders;
- registeraccountants en accountants-administratieconsulenten.
Er komt een vergoeding voor het opstellen en uitvoeren van een collectief afbetalingsplan. Met duidelijke kaders waar een CAP aan moet voldoen kan dit instrument aantrekkelijker worden voor debiteuren en schuldeisers.
Wanneer en hoe?
Een CAP is gericht op de minnelijke incassofase, maar is eveneens mogelijk zolang er nog geen loonbeslag is gelegd door één van de schuldeisers. Het is een incasso-instrument, gericht op het innen en verdelen van de afloscapaciteit, met als doel volledige betaling van alle schuldeisers, inclusief rente en de reeds gemaakte invorderingskosten. Daarmee onderscheidt het zich van de instrumenten die gericht zijn op het oplossen en saneren van schulden zoals in de minnelijke en wettelijke schuldsanering: want die zijn niet meer gericht op volledige betaling. Ook is de bedoeling dat meteen gestart kan worden met afbetaling van bekende schulden en dat later nog schulden kunnen worden toegevoegd
Een CAP kent volgens de Staatssecretaris geen maximale looptijd. Wel is het wenselijk dat de debiteur gewezen wordt op de mogelijkheid van schuldhulp en schuldsanering wanneer (vermoedelijk) sprake is van (onoplosbare) problematische schulden. In die situatie kan een schuldregeling passender zijn. In beginsel geldt dat recht bestaat op een schuldregeling indien iemand zijn schulden naar verwachting niet in 36 maanden kan afbetalen. Maar ook dan kan in overleg met de schuldeisers worden besloten om te starten met een CAP om zo de verdere schuldenoploop tegen te gaan. Uiteindelijk bepalen de uitvoerder en de debiteur gezamenlijk of een CAP in de specifieke situatie geschikt is.
Ondergrens bij bepalen afloscapaciteit
Met het oog op bescherming van de burger is het volgens de Staatssecretaris wenselijk om (wettelijk) vast te leggen hoe de (periodieke) afloscapaciteit van de debiteur bij toepassing van een CAP moet worden bepaald. In de schuldenketen worden nu twee methoden gehanteerd waarmee de afloscapaciteit wordt vastgesteld: in de beslagfase is dat de beslagvrije voet en bij schuldhulpverlening is dat het vrij te laten bedrag (Vtlb). Omdat het afbetalingsplan een incasso-instrument is en om te voorkomen dat het voor een schuldeiser aantrekkelijk blijft om toch beslag te leggen, zal de beslagvrije voet de absolute ondergrens zijn bij het opstellen van een CAP. Het moet voor partijen mogelijk blijven om ten gunste van de debiteur rekening te houden met bijzondere omstandigheden en afspraken te maken waardoor zijn besteedbaar bedrag boven de beslagvrije voet ligt.