Nieuw: wettelijke grondslag voor gegevensverwerking door Wsnp-bewindvoerder
Sinds 1 september 2026 staat in de Faillissementswet uitdrukkelijk vermeld wanneer de Wsnp-bewindvoerder persoonsgegevens mag verwerken. De Verzamelwet gegevensbescherming heeft met het oog hierop recent een nieuw artikel 316a aan Titel 3 van de Faillissementswet – de titel over de Wsnp – toegevoegd. In dit artikel lichten we toe wat dit betekent voor de praktijk van de Wsnp-bewindvoerder.
Wettelijke grondslagen in Faillissementwet ontbraken
De Wsnp-bewindvoerder is bij de uitvoering van zijn taak als bewindvoerder de verwerkingsverantwoordelijke in de zin van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG), net als de curator dat is in het faillissement en de bewindvoerder in de surseance van betaling.
De AVG schrijft voor dat voor iedere verwerking van persoonsgegevens een geldige wettelijke grondslag vereist is. De verwerker moet zelf beoordelen welke grondslag van toepassing is. In de rechtspraktijk was dit bekend en hielden Wsnp-bewindvoerders, curatoren en bewindvoerders al rekening met deze privacyaspecten. Toch bestond er soms onduidelijkheid, bij gebreke van een uitdrukkelijke specifieke wettelijke grondslag in de Faillissementswet zelf. Meer helderheid was gewenst.
De recente Verzamelwet gegevensbescherming, bij de Tweede Kamer ingediend op 1 december 2022, biedt met een expliciete wettelijke grondslag deze duidelijkheid.
Nieuw artikel met wettelijke grondslag voor taken Wsnp-bewindvoerder
De Wsnp-bewindvoerder mag met deze wettelijke grondslag voortaan persoonsgegevens verwerken voor zover dit nodig is voor zijn wettelijke taken uit artikel 316 Fw. De wet noemt daarbij in lid 1 van artikel 316a Fw expliciet een groot aantal taken, waaronder:
- de opzegging van arbeidsovereenkomsten;
- indienen en verwerken van schuldvorderingen;
- opstellen en deponeren van verslagen;
- de boedelbeschrijving en de uitdelingslijst;
- de postblokkade;
- het tussentijds beëindigingsverzoek van artikel 350 Fw;
- het verhogingsverzoek beslagvrije voet van artikel 295 Fw.
Voor bijzondere persoonsgegevens, voor strafrechtelijke persoonsgegevens en voor het BSN geldt een striktere grondslag. Die grondslag is verwoord in lid 2 van artikel 316a Fw: die bijzondere gegevens mogen alleen worden verwerkt voor specifiek benoemde taken.
Voorafgaand aan deze nieuwe specifieke wettelijke grondslag moest een Wsnp-bewindvoerder bij iedere afzonderlijke handeling opnieuw beoordelen welke grondslag van toepassing was. Deze wijziging geeft bewindvoerders meer rechtszekerheid.
Staat een bepaalde verwerking niet genoemd bij de taken van lid 2, dan kan de Wsnp-bewindvoerder natuurlijk alsnog beoordelen of een algemene AVG-grondslag hiervoor toegepast kan worden.
Zie voor een uitgebreide toelichting op deze nieuwe wetsbepaling voor de Wsnp-bewindvoerder de parlementaire geschiedenis in de Memorie van Toelichting: TK 2022-2023, 36 264, nr. 3, blz. 53 t/m 59.
Ook in faillissement en surseance
De wet regelt voortaan hetzelfde voor de bewindvoerder in surseance en voor de curator in faillissement. Artikel 215b Fw geldt voor de surseance van betaling. Artikel 68a Fw geldt in faillissementsprocedures. Beide artikelen zijn vergelijkbaar opgebouwd als artikel 316a Fw.
Bronnen
- Wet van 10 juni 2026 tot wijziging van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming en enkele andere wetten in verband met het stroomlijnen en actualiseren van het gegevensbeschermingsrecht. (Verzamelwet gegevensbescherming, Staatsblad 2026, 154).
- Kamerstukken 36 264 (met name TK 2022-2023, 36 264, nr. 3, blz. 53 t/m 59).
- Inwerkingtredingsbesluit per 1 september 2026 in Staatsblad 2026, 196.