Onverwijld overgaan tot opmaken slotuitdelingslijst
De beslissing om (alvast) een schone lei te verlenen is niet verenigbaar met de aanwijzing dat de bewindvoerder pas dient over te gaan tot het opmaken van de slotuitdelingslijst totdat een lopende letselschadezaak is afgerond.
Hoger beroep
In deze zaak heeft de rechtbank in augustus 2025 vastgesteld dat schuldenaren niet tekort zijn geschoten in de nakoming van een of meer uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen. Hiermee is de toepassing van de schuldsaneringsregeling beëindigd waarbij de zogenoemde schone lei is verstrekt. De rechtbank heeft in beide vonnissen in het dictum bepaald dat de bewindvoerder pas dient over te gaan tot het opmaken van een slotuitdelingslijst zodra de letselschadezaak is afgerond.
Met dat laatste zijn de schuldenaren het niet eens. Zij hebben daartegen hoger beroep ingesteld en vragen het hof te bepalen dat de bewindvoerder (meteen) dient over te gaan tot het opmaken van de slotuitdelingslijsten.
Uit artikel 356 lid 1 van de Faillissementswet (Fw) volgt dat de bewindvoerder onverwijld overgaat tot het opmaken van de slotuitdelingslijst zodra een uitspraak als bedoeld in artikel 354 Fw in kracht van gewijsde is gegaan. Lid 2 bepaalt dat de toepassing van de schuldsaneringsregeling van rechtswege eindigt zodra de slotuitdelingslijst verbindend is geworden. Schuldenaren stellen zich op het standpunt dat er geen reden is om de slotuitdelingslijst pas op te maken zodra de letselschadezaak is afgerond.
Oordeel hof
Wanneer het einde van de looptijd van de wettelijke schuldsaneringsregeling nadert, brengt de bewindvoerder verslag uit aan de rechter-commissaris over de wijze waarop de schuldenaar aan zijn verplichtingen heeft voldaan (art. 351a Fw). Vervolgens bepaalt de rechtbank een zitting en doet de rechtbank kort daarna uitspraak over de vraag of de schuldenaar aan de op hem rustende schuldsaneringsverplichtingen heeft voldaan (art. 354 Fw). De rechter kan daarbij beslissen tot verlenging van de looptijd. De verlenging is er veelal op gericht om een voorziening te treffen voor gevallen waarin na ommekomst van de reguliere termijn nog geen schone lei kan worden verleend, maar de verwachting is gerechtvaardigd dat dit na een (korte) verlenging van die termijn wel mogelijk zou zijn.
Het is echter het één of het ander: als de looptijd wordt verlengd, dan is de schuldsaneringsregeling nog van toepassing. Tijdens de verlenging blijven de verplichtingen gelden en vallen de goederen die worden verkregen nog steeds in de boedel (artikel 295 Fw). Om deze reden kan niet op de voet van art. 354 Fw al worden beslist of de schuldenaar aan de op hem rustende schuldsaneringsverplichtingen heeft voldaan; die beoordeling kan pas plaatsvinden tegen het einde van de (al dan niet verlengde) looptijd. Dit leidt tot de conclusie dat het niet mogelijk is om tegelijkertijd én alvast een schone lei verlenen én de (formele) looptijd van de toepassing van de schuldsaneringsregeling verlengen.
Vonnis ten dele vernietigd
Ten aanzien van de materiële schadevergoeding stelt de bewindvoerder zich in de stukken op het standpunt dat er onduidelijkheid bestond over de vraag waarop de materiële schadevergoeding precies zag. Door schuldenaren zijn in hoger beroep e-mailberichten overgelegd tussen de letselschadeadvocaat en de verzekeraar, waarin de schadevergoeding is geconcretiseerd. De bewindvoerder heeft ter zitting verklaard dat zij met deze gegevens in staat is om een nieuw VTLB te berekenen en op basis daarvan een slotuitdelingslijst kan opmaken. Dat betekent dat niets in de weg staat aan het onverwijld opmaken van de slotuitdelingslijst. Het hof zal de vonnissen van de rechtbank in zoverre vernietigen.
Organisatie
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Documentsoort
- Rechtspraak
- Uitspraken en jurisprudentie
Trefwoorden
- Formele termijn
- Gerechtshof
- Materiële termijn
- Rechtspraak
- Termijn Wsnp
- Uitdeling
Gerelateerd
Het betreft een hoger beroep tegen de eerdere ingangsdatum. Hof vernietigt vonnis op dat punt en stelt een eerdere ingangsdatum vast op datum dat nulaanbod is gedaan.
Het gaat in deze zaak om een Wsnp van vóór de wetswijziging, die werd uitgesproken voor een termijn van vier jaar. De rechtbank heeft na die termijn de regeling beëindigd zonder toekenning van de schone lei vanwege het ontstaan van een ...
Hieronder verzamelde uitspraken waarbij het gerechtshof alsnog de toepassing van de Wsnp uitspreekt, maar geen eerdere ingangsdatum bepaalt.