Rechtbank Den Haag
Verzamelde uitspraken van rechtbank Den Haag betreffende de toewijzing van een verzoek tot oplegging van een dwangakkoord.
Rechtbank Den Haag, 3 november 2025
In deze zaak is een prognoseakkoord aangeboden. De weigerende schuldeisers hebben tijdens het minnelijk traject niet gereageerd en hebben hun standpunt tijdens de procedure ook niet kenbaar gemaakt aan de rechtbank. De rechtbank oordeelt dat verzoeker het maximaal haalbare voorstel heeft gedaan. De meerderheid van de schuldeisers heeft met het voorstel ingestemd en in het minnelijk traject vindt een hogere uitkering plaats dan in de WSNP. De gemeente ziet toe op de op verzoeker rustende inspanningsverplichting. Een toename van inkomsten met eventueel afloscapaciteit tot gevolg, zal gelet op het feit dat een prognoseakkoord is aangeboden ten goede komen van de schuldeisers.
Rechtbank Den Haag, 3 november 2025
Verzoekster heeft bij vier schuldeisers schulden, voor een totaalbedrag van ruim € 12.500,-. Met behulp van de gemeente heeft zij aan haar schuldeisers een schuldregeling aangeboden. Het betrof een zogenoemd nulaanbod. Dit voorstel houdt in dat aan de schuldeisers 0% wordt aangeboden, tegen kwijtschelding van hun vorderingen. Twee schuldeisers, die samen bijna 20% van de schuldenlast vertegenwoordigen, hebben daar niet mee ingesteld. De rechtbank oordeelt dat verzoekster het maximaal haalbare voorstel heeft gedaan; er is een Sociaal Medisch Advies van 7 oktober 2024 overgelegd waaruit blijkt dat verzoekster de komende twee jaren voor 24 uur per week arbeidsongeschikt is. De overige uren werkt verzoekster. Verder wegen de belangen van de instemmende schuldeisers zwaarder dan dat van de weigerende schuldeisers; in de Wsnp is geen enkele uitkering aan de schuldeisers te verwachten, terwijl toepassing van de Wsnp wel tot hoge kosten zou leiden.
Eveneens op 3 november 2025 behandelde de rechtbank een ander nulaanbod, zie ECLI:NL:RBDHA:2025:20423, waarbij het dwangakkoord werd toegewezen. Twee weigerende schuldeisers vertegenwoordigden nog geen 6% van de totale de schuldenlast. De overige vier schuldeisers stemden in met het aanbod. En hoewel het uitgangspunt is dat het iedere schuldeiser vrijstaat om te verlangen dat zijn vordering volledig wordt betaald, heeft verzoeker in deze zaak het maximaal haalbare voorstel gedaan. De belangen van de instemmende schuldeisers wegen daarbij, vanwege de gezamenlijke omvang, zwaarder dan dat van verweersters. Gelet op de duurzame arbeidsongeschiktheid van verzoeker is ook in de Wsnp geen enkele uitkering aan de schuldeisers te verwachten, terwijl toepassing van de Wsnp wel tot hoge kosten zou leiden.
Rechtbank Den Haag, 9 september 2025
In deze zaak is een saneringsakkoord aangeboden en om dat mogelijk te maken heeft verzoeker een BBZ-krediet weten te verkrijgen. Verzoeker werkt (meer dan) fulltime en spant zich hiermee maximaal in. Dat de vordering van verweerster niet te goeder trouw is ontstaan, betekent niet dat het dwangakkoord niet kan worden toegewezen. Wel kan het gewicht toekennen aan de weigering van verweerster.
De vordering van verweerster bedraagt met 48,78% een aanzienlijk deel van de totale schuldenlast. Dat brengt aan de ene kant mee dat niet snel kan worden geoordeeld dat het onredelijk is dat verweerster heeft geweigerd met de schuldregeling in te stemmen. Tegelijk kent de wet niet een bijzondere positie toe aan schuldeisers die een groot deel van de schuldenlast vertegenwoordigen. De rechtbank kan dus het dwangakkoord ook toewijzen wanneer de weigerende schuldeiser een groot deel van de schuldenlast vertegenwoordigt. In dit geval is van belang dat de meerderheid van de schuldeisers (namelijk vijf van de zes schuldeisers), die samen ruim 51% van de totale schuldenlast vertegenwoordigen, wél met de aangeboden regeling hebben ingestemd.
In deze zaak is verzoeker strafrechtelijk veroordeeld. Dat betekent dat hij is gestraft voor zijn handelen en dat de kwestie hiermee is afgedaan. Het belang van verzoeker en de belangen van de schuldeisers die wél hebben ingestemd met de aangeboden schuldregeling wegen in dit geval (nog steeds) zwaarder dan het belang van verweerster. Het verzoek wordt dan ook toegewezen.
Documentsoort
- Rechtspraak
- Uitspraken en jurisprudentie
Trefwoorden
- Dwangakkoord (287a Fw)
- Dwangmiddelen
- Rechtbank
- rechtbank Den Haag
- Rechtspraak
Gerelateerd
Verzamelde uitspraken van rechtbank Den Haag waarin de rechtbank het verzoek om oplegging van een dwangakkoord afwijst.
Twee van de drie schuldeisers zijn met het aanbod akkoord gegaan. De weigerende schuldeiser vertegenwoordigt 12,9% van de totale schuldenlast. Het aanbod voldoet aan de formele vereisten en is volgens de rechtbank het uiterste waartoe ...
De rechtbank wijst het verzoek om oplegging van een dwangakkoord af. De weigering door de schuldeiser is niet onredelijk, aldus de rechtbank.