Rechtbank Rotterdam - geen voorafgaand minnelijk traject
Verzameling uitspraken van rechtbank Rotterdam waarin de rechtbank verzoeker ontvankelijk verklaarde in het verzoek, ook al was er geen minnelijke regeling aan vooraf gegaan.
Rechtbank Rotterdam, 18 december 2025
Uit het verzoekschrift blijkt dat schuldhulpverlening namens verzoekster geen aanbod heeft gedaan aan de schuldeisers. In plaats daarvan is direct een Wsnp-verzoek ingediend. De reden hiervoor is dat verzoekster eerst een schuldhulpverleningstraject heeft doorlopen bij Zuidweg en Partners. Het schuldhulpverleningstraject bij Zuidweg en Partners is voortijdig beëindigd omdat er geen goede schuldenlijst tot stand kwam. Vervolgens heeft verzoekster zich gewend tot Geldplein en is het dossier overgedragen. Door Zuidweg en Partners zijn geen schuldbewijzen overgedragen waardoor Geldplein het schuldhulpverleningstraject niet kon opstarten. Daarnaast is verzoekster al sinds mei 2024 bezig met schuldhulpverlening waardoor ervoor is gekozen om direct een Wsnp-verzoek in te dienen.
De rechtbank is van oordeel dat in deze specifieke situatie voldoende aannemelijk is dat niet binnen afzienbare termijn tot een buitengerechtelijke schuldregeling kan worden gekomen. Verzoekster is daarom ontvankelijk in haar verzoek. Het verzoek om een eerdere ingangsdatum is gedeeltelijk toegewezen door gedetailleerde combinatie van saldering en beslagperiode, zie rechtsoverweging 2.10 en verder.
Documentsoort
- Rechtspraak
- Uitspraken en jurisprudentie
Trefwoorden
- Eerdere ingangsdatum
- Ingangsdatum
- rechtbank Rotterdam
- Rechtspraak
- Schuldhulpverlening (Msnp)
- Wetswijziging 1 juli 2023
Gerelateerd
In dit hoger beroep gaat het om de vraag of óók nadat in een voorafgaand faillissement is afgedragen conform het vastgestelde Vtlb, de Wsnp een eerdere ingangsdatum kan krijgen.
Uitspraak van 6 maart 2025 waarin de rechtbank bepaalt dat aflossingen in het kader van langlopende betalingsregelingen niet gelijk gesteld kunnen worden aan "aflossen" in de zin van artikel 349a lid 1 van de Faillissementswet (Fw).
Gelet op het arrest van de Hoge Raad van 20 december 2024 is de rechtbank (ambtshalve) van oordeel dat er aanleiding bestaat om een eerder aanvangsmoment van de termijn van de schuldsaneringsregeling te bepalen dan de dag waarop de rechtbank de ...