Evaluatie Adviesrecht gemeenten bij schuldenbewind
Ministerie SZW heeft een wetsevaluatie laten uitvoeren van het Adviesrecht gemeenten bij schuldenbewind. Dit artikel geeft een samenvatting van de wetsevaluatie en het standpunt van het kabinet.
Het adviesrecht samengevat
Voor Wsnp-bewindvoerders die ook schuldenbewind uitvoeren is het bekend: Sinds 2014 is 'het hebben van problematische schulden' een formele grondslag voor beschermingsbewind geworden (art. 1:431 lid 1 sub b BW). Het instellen van deze schuldenbewinden verloopt via de kantonrechter. Om de regierol van gemeenten te versterken, is op 1 januari 2021 het adviesrecht geïntroduceerd. Dit gemeentelijk adviesrecht is onlangs geëvalueerd en het kabinet heeft op 1 juli jongstleden een standpunt bepaald.
Het adviesrecht geeft gemeenten via een 'opt‑in' de mogelijkheid om, nadat de rechter een schuldenbewind heeft uitgesproken, een advies uit te brengen over de meest passende(alternatieve) ondersteuning voor de betrokkene. Zakelijk weergegeven adviseert de gemeente de rechter of de belangen van de betrokkene voldoende behartigd kunnen worden met een meer passende en minder ver strekkende voorziening dan met de voortzetting van schuldenbewind. De wijziging van de wet nodigt gemeenten uit om tot een veelomvattende aanpak te komen en beschermingsbewind integraal onderdeel uit te laten maken van de lokale keten van het schuldendomein.
Liever hadden gemeenten hun advies uitgebracht vóórdat de kantonrechter het bewind uitsprak. De minister van Justitie en de kantonrechters vonden echter dat dit de procedure te veel zou vertragen.
Gelijktijdig werd wettelijk geregeld dat schuldenbewind enkel nog voor bepaalde tijd uitgesproken kan worden.
Beoogde doelen van de wet niet gehaald
De bevinding is dat de beoogde doelen van de wet grotendeels niet zijn behaald. Hoewel de bekendheid van het adviesrecht onder gemeenten met 93% zeer groot is, maakt de meerderheid er in de praktijk beperkt gebruik van. Circa een kwart van de gemeenten heeft een opt‑in (gehad). Met een opt‑in geven gemeenten aan dat zij gebruik willen maken van het adviesrecht; pas daarna worden zij in concrete zaken geïnformeerd en kunnen ze het adviesrecht toepassen. Op het moment van de evaluatie paste slechts 11% van de gemeenten het instrument actief toe. Toch wil het kabinet de wettelijke regeling graag behouden, en neemt de volgende besluiten:
- Er is geen aanleiding om het moment van advisering te verplaatsen, omdat dit naar verwachting niet in het belang van de inwoner is.
- De mogelijkheid behouden voor gemeenten en beschermingsbewindvoerders tot gegevensdeling en de meldingsplicht, want de regierol van gemeenten wordt zo versterkt.
- Het kabinet gaat de komende periode in gesprek met de uitvoeringspraktijk over alternatieve vormen van het adviesrecht, zoals convenanten, met de VNG, gemeenten, Aegis, NVVK en beschermingsbewindvoerders. Drievoudige inzet is:
- op welke wijze gemeenten actief gestimuleerd en ondersteund kunnen worden (terugdringen ondermelding, best practices uitwisselen) bij het sluiten van lokale of regionale samenwerkingsafspraken met bewindvoerders; en
- of de benodigde informatie-uitwisseling verder kan worden geautomatiseerd, om zo de administratieve lastendruk voor alle betrokken partijen te verlagen; en
- dat gemeenten voldoende op de hoogte zijn van de voordelen van een opt‑in, zoals de mogelijkheid van gegevensdeling en de informatiefunctie dat een inwoner onder bewind is gesteld.
- Met de Rechtspraak wordt bezien of de monitoringsgegevens over de uitstroom vanuit schuldenbewind alsnog gerealiseerd kunnen worden.
U vindt het eindrapport en de kabinetsreactie op TweedeKamer.nl.
Achtergrondinfo
Onderzoeksrapport
Gemeenten blijken het ongepast te vinden om advies te geven nadat de rechter al uitspraak heeft gedaan. Er bestaat een wens om geen onrust te veroorzaken bij kwetsbare inwoners door te adviseren op een recent rechterlijk besluit dat al is genomen. Als gevolg is het effect van het adviesrecht op de inzet van lichtere maatregelen bescheiden gebleven. Vanaf de introductie van het adviesrecht tot het onderzoeksrapport zijn slechts negen negatieve adviezen uitgebracht, waarbij in drie zaken de betrokkene duurzaam kon uitstromen naar een lichtere ondersteuningsvorm. Hierdoor heeft het adviesrecht ook geen effect gehad op de kosten van bijzondere bijstand voor schuldenbewinden die vaak door de gemeenten worden gedragen.
Advies voor of na kantonrechter?
Gemeenten geven aan dat zij positief adviseren of de advisering achterwege laten omdat zij het moment van advisering als mosterd na de maaltijd ervaren. Het verplaatsen van het adviesmoment naar voren (voor de uitspraak van de rechter) zal volgens de onderzoekers naar verwachting niet in het belang zijn van de inwoner. Er wordt een drempel opgeworpen door verplicht eerst langs de gemeente te gaan, waar niet iedere inwoner voor open staat. Daarnaast zal het naar voren halen van het adviesmoment vertraging opleveren in het proces om snel tot hulp te komen. Gemeenten zullen over het algemeen eerst nog informatie moeten verzamelen alvorens een gedegen advies uit te kunnen brengen. Een boedelbeschrijving en plan van aanpak, opgesteld door een beschermingsbewindvoerder, is dan immers nog niet voorhanden. Niet alle gemeenten hebben de capaciteit om binnen een kort tijdsbestek tot een gedegen advies te komen.
Melding aan gemeente blijft uit
Daarnaast blijkt uit het onderzoek dat gemeenten met een opt‑in niet altijd op de hoogte zijn van een uitgesproken schuldenbewind (‘ondermelding’). Beschermingsbewindvoerders dienen de melding door te geven aan de gemeente, maar dit gebeurt niet in alle gevallen.
Financiële en administratieve lasten voor gemeenten én bewindvoerders
Ook is geconstateerd dat de maatregel, in tegenstelling tot de oorspronkelijke verwachtingen, heeft geleid tot verhoogde financiële en administratieve lasten voor zowel gemeenten als bewindvoerders.
Regierol
Het rapport belicht echter ook verschillende positieve effecten die in de praktijk zijn ontstaan. Zo geven gemeenten aan dat de verplichte meldingen door de beschermingsbewindvoerders een waardevol inzicht bieden in inwoners die onder bewind zijn gesteld, wat de lokale regierol versterkt. Daarnaast blijkt dat veel gemeenten inmiddels succesvol inzetten op alternatieve vormen van samenwerking met bewindvoerders, met name via convenanten waarbij het contact tussen de gemeente en bewindvoerder al voorafgaand aan het bewind plaatsvindt. Een voorwaarde hierbij is dat dan wel lichtere alternatieven voor hulp door de gemeente kan worden geboden.
Bepaalde termijn en doorstroming
De onderzoekers hebben ook gekeken naar het effect van de wetswijziging waarbij het schuldenbewind enkel nog voor bepaalde tijd wordt uitgesproken. Hiermee werd beoogd dat onderbewindgestelden niet langer dan noodzakelijk onder schuldenbewind staan en tijdig kunnen doorstromen naar schuldhulpverlening. In de regel spreekt de kantonrechter nu het schuldenbewind voor vijf jaar uit. Dit betekent dat de eerste schuldenbewinden voor bepaalde tijd momenteel aflopen. Monitoringsgegevens over de looptijd van schuldenbewinden ontbreken echter. Daarom is er geen cijfermatig inzicht of de wetswijziging heeft geleid tot eerdere doorstroom naar schuldhulp en uitstroom uit schuldenbewind.