Verwijsfunctie gerechtsdeurwaarders naar schuldhulp, ook naar Wsnp-bewindvoerders
Gerechtsdeurwaarders krijgen de mogelijkheid om te de-escaleren door debiteuren met mogelijk problematische schulden door te verwijzen naar schuldhulpverleners. Gerechtsdeurwaarders gaan ook doorverwijzen naar Wsnp-bewindvoerders voor schuldhulpverlening. Dit is wenselijk – zo schrijft de Staatsecretaris van Justitie in een recente brief aan de Tweede Kamer – als invordering niet meer gaat bijdragen aan een oplossing voor de oorspronkelijke schuld en er andere instrumenten nodig zijn. Ook inkomen onder de Participatiewet-norm of onvoldoende toeslagen kan een reden zijn om iemand door te verwijzen naar de gemeentelijke schuldhulp.
De-escalatie en drempelverlaging
Op dit moment kunnen gerechtsdeurwaarders debiteuren met mogelijk problematische schulden wel wijzen op de mogelijkheid van schuldhulpverlening, maar hebben zij niet de bevoegdheid om mensen ook werkelijk door te verwijzen en de gegevens van deze personen te delen met de gemeente ten behoeve van schuldhulpverlening. Door het creëren van deze wettelijke bevoegdheid richting schuldhulp krijgen gerechtsdeurwaarders een aanvullend instrument gericht op de-escalatie en wordt de drempel om hulp te aanvaarden voor mensen verlaagd. De gerechtsdeurwaarder kan met behulp van het online register van Bureau Wsnp zoeken naar een Wsnp-bewindvoerder om door te verwijzen, aldus de Staatssecretaris.
Pilot Ketenverwijzing biedt meerwaarde
Het begon in mei 2025 met de Pilot Ketenverwijzing waarbij gerechtsdeurwaarders een rol kregen in de vroegsignalering (Kamerstukken II, 2022/23, 36 260, nr. 7). In zes gemeenten werden inwoners met een hulpvraag door de gerechtsdeurwaarder doorverwezen naar gemeentelijke schuldhulp. De pilot liep tot mei 2026. Uit de pilot blijkt dat doorverwijzing door de deurwaarder een succesvolle manier is om mensen met problematische schulden in contact te brengen met schuldhulp. In dat pilotjaar voerden deurwaarders 378 gesprekken, waarbij in de helft van deze gesprekken de deurwaarder het vermoeden had dat het zinvol was de debiteur te verwijzen. In weer de helft daarvan staat de burger daar ook voor open. Hiervan meldt circa de helft zich ook daadwerkelijk bij de schuldhulp. In circa een kwart van de gevallen waarin een doorverwijzing zinvol wordt geacht, leidt het tot een eerste gesprek bij de gemeentelijke schuldhulp. Ook blijkt dat bijna de helft van de debiteuren die zich in het kader van deze pilot bij de gemeente heeft gemeld, vooraf niet bekend was bij schuldhulp of vroegsignalering. Deze aanpak brengt dus een nieuwe doelgroep in beeld.
Wettelijke grondslag voor gegevensdeling met schuldhulpverlening noodzakelijk
In de Pilot Ketenverwijzing hebben de gerechtsdeurwaarders de gegevens van de debiteur verstrekt aan de gemeente op grond van toestemming van de debiteur. Dit moest omdat een wettelijke basis voor structurele gegevensdeling ontbreekt. Toestemming als grondslag is, gelet op de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG), niet afdoende, omdat sprake is van een machtsverhouding tussen de gerechtsdeurwaarder en de debiteur en de partijen dus niet gelijkwaardig zijn. De Staatssecretaris van Justitie gaat daarom een wettelijke grondslag voor gegevensdeling creëren.
Gegevens delen met gemeenten zonder instemming van de debiteur kan nuttig zijn als de gerechtsdeurwaarder geen contact krijgt met de debiteur, en uit het dossier blijkt dat sprake is van een problematische schuldensituatie of zelfs een noodsituatie. Het College van B&W heeft reeds de mogelijkheid om te beoordelen of een aanvraag tot schuldenbewind wenselijk is (art. 1:432 lid 2 Burgerlijk Wetboek) of schuldsanering (art. 284 lid 4 Faillissementswet).
Van incasseren naar informeren en motiveren
Uit de pilot bleek dat de focus op het primair innen van de vordering bij de gesprekken met de deurwaarders, verschoof naar een bredere beoordeling van de totale schuldsituatie. Ook blijkt dat wanneer de deurwaarder tot de conclusie komt dat schuldhulpverlening zinvol kan zijn, de deurwaarder de debiteur ook moet weten te motiveren om daar echt mee aan de slag te gaan. Dit vraagt om de juiste vaardigheden en kennis bij gerechtsdeurwaarders. Zoals gespreksvaardigheden en voldoende kennis over schuldhulpverlening om debiteuren goed voor te lichten over de voor- en nadelen, en regels waar ze mee te maken krijgen als ze de stap naar hulp zetten.
Alleen gegevens delen met gemeente
De gerechtsdeurwaarder krijgt enkel de bevoegdheid om gegevens te delen met, en dus actief door te verwijzen naar, de gemeenten. Daarnaast is ook de verwijzing naar Wsnp-bewindvoerders onderzocht, omdat zij ook schuldhulpverlening mogen aanbieden. Uit de pilot komt naar voren dat een deel van de mensen (nog) niet openstaat voor hulp van de gemeente, wellicht vanwege wantrouwen jegens de overheid, maar wel behoefte heeft aan ondersteuning. De Staatssecretaris vindt het wenselijk dat gerechtsdeurwaarders in die situaties ook kunnen wijzen op andere mogelijkheden van hulp, bijvoorbeeld via Wsnp-bewindvoerders, Geldfit of vrijwilligersorganisaties. Op dit moment wordt echter geen bevoegdheid gecreëerd voor de gerechtsdeurwaarder om ook met die andere organisaties de gegevens van de debiteur te delen.
Snelheid bij schuldhulpverlening
De gemeentelijke schuldhulpverlener legt snel contact met debiteuren die door de gerechtsdeurwaarder worden doorverwezen, aldus de Staatssecretaris. In de pilot is afgesproken dat de gemeente bij een doorverwijzing binnen drie werkdagen contact opneemt met de debiteur. Wettelijk geldt nu dat een eerste gesprek moet hebben plaatsgevonden binnen vier weken nadat een inwoner zich heeft gemeld voor schuldhulp. Bij een bedreigende situatie moet dat binnen drie werkdagen gebeuren (art. 4 Wgs). Omdat de sleutel tot succes zit in de snelheid waarmee contact wordt gelegd, kunnen in een convenant met schuldhulp nadere afspraken worden gemaakt.