Afwijzing Wsnp: o.a. goede trouw ontbreekt
Verzamelde uitspraken waarin het verzoek om toelating tot de Wsnp wordt afgewezen, omdat onder andere de goede trouw ten aanzien van het ontstaan en/of onbetaald laten van de schulden ontbreekt.
Rechtbank Oost-Brabant, 21 januari 2026
Goede trouw als gedragsmaatstaf
De rechtbank overweegt dat ingevolge artikel 288 lid 1 aanhef, onder b faillissementswet (Fw) het verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling slechts wordt toegewezen indien voldoende aannemelijk is dat de schuldenaar ten aanzien van het ontstaan of onbetaald laten van zijn schulden in de drie jaar voorafgaand aan de dag waarop het verzoekschrift is ingediend te goeder trouw is geweest. Hierbij gaat het om een gedragsmaatstaf die mede wordt gehanteerd om beoogd misbruik van de schuldsaneringsregeling tegen te gaan, waarbij de rechter met alle omstandigheden van het geval rekening kan houden. Daarbij spelen (onder meer) een rol de aard en de omvang van de vorderingen, het tijdstip waarop de schulden zijn ontstaan, de mate waarin de schuldenaar een verwijt kan worden gemaakt dat de schulden zijn ontstaan en/of onbetaald gelaten en het gedrag van de schuldenaar voor wat betreft zijn inspanningen de schulden te voldoen of acties zijnerzijds om verhaal door schuldeisers juist te frustreren.
Geen uitzicht op aflosmogelijkheden
Volgens de rechtbank is verzoekster schulden aangegaan terwijl er geen uitzicht bestond op het kunnen aflossen daarvan. Zo zijn onder andere 11 van de 12 schulden korter dan drie jaar geleden ontstaan.
Geen (ambtshalve) toepassing hardheidsclausule
Verder ziet de rechtbank geen aanleiding om de hardheidsclausule (ambtshalve) toe te passen. Dat verzoekster zich onder bewind heeft laten stellen is ingegeven door haar wens beslag op haar inkomen te voorkomen. Dat getuigt niet van een wezenlijke gedragsverandering die toepassing van de hardheidsclausule rechtvaardigt.
Het Wsnp-verzoek wordt dan ook afgewezen.
Rechtbank Rotterdam, 20 juni 2024
Het Wsnp-verzoek van verzoekers wordt afgewezen vanwege het ontbreken van de goede trouw én het feit dat verzoekster geen blijk heeft gegeven van een saneringsgezinde houding.
Goede trouw ontbreekt
Ná de toelating tot schuldhulpverlening is een bedrag van ruim € 8.000 opgenomen met de creditcard. Met dit bedrag is vervolgens gegokt, in de hoop winst te maken en de schuldeisers terug te kunnen betalen. Bij het opnemen van zo’n hoog geldbedrag had verzoeker moeten weten dat hij niet in staat was om dit, gelet op hun (hoge) schuldenlast, terug te betalen als het mis zou gaan. Deze schuld is niet te goeder trouw ontstaan en staat aan toelating in de weg.
Niet aan inspanningsverplichting voldaan
Verzoekster werkt parttime en heeft niet haar best gedaan een fulltime baan te vinden. De verklaring van verzoeker dat verzoekster geen tijd heeft om fulltime te werken omdat zij voor de kinderen (van 17 en 19 jaar oud) zorgt en het huishoudelijk werk doet, doet hier niet aan af.
Feiten en omstandigheden die – ondanks het ontbreken van de goede trouw – toelating rechtvaardigen zijn niet voldoende aannemelijk geworden. Er zijn weliswaar ontwikkelingen waarmee verzoekers op de goede weg zijn (budgetbeheer, opleiding tot buschauffeur) maar de rechtbank acht deze ontwikkelingen onvoldoende bestendig van aard om een toelating tot de schuldsaneringsregeling op dit moment te rechtvaardigen. Het verzoek zal daarom worden afgewezen.
Rechtbank Rotterdam, 24 mei 2024
De rechtbank wijst het verzoek van de schuldenaren, om te worden toegelaten tot de Wsnp, af en motiveert dat als volgt.
Goede trouw
Het grootste deel van de schulden - in totaal circa € 80.000 verdeeld over circa 50 schuldeisers - van verzoekers is langer dan drie jaar geleden ontstaan. Maar ook in de afgelopen drie jaar zijn nog veel nieuwe schulden gemaakt. Het betreft daarbij zowel huishoudschulden als overbestedingsschulden, dus waarvan verzoekers wisten of hadden moeten begrijpen dat zij niet tot terugbetaling daarvan in staat zouden zijn. Deze schulden zijn niet te goeder trouw ontstaan, en staan aan toelating tot de Wsnp in de weg.
Geen hardheidsclausule
De schuldenaren staan sinds kort onder beschermingsbewind en zijn daarmee op de goede weg, aldus de rechtbank. Maar mede gelet op de totale hoogte van de schulden, het feit dat ook in de afgelopen drie jaren de schulden nog behoorlijk zijn opgelopen én niet is gebleken dat verzoekster zich heeft ingespannen om de over de jaren opgebouwde schulden af te lossen, is het onvoldoende om toelating tot de Wsnp te rechtvaardigen.
Verplichtingen
Verzoeker is arbeidsongeschikt, waardoor de sollicitatieplicht voor hem voorlopig niet zal gelden. Voor verzoekster is dat echter anders: zij werkt niet en heeft tot op heden geen sollicitaties overlegd, hoewel dat uitdrukkelijk aan haar is gevraagd. Hierdoor acht de rechtbank het onvoldoende aannemelijk dat zij zich tijdens de Wsnp zal inspannen om zoveel mogelijk baten voor de boedel te verwerven.
Al deze omstandigheden in acht nemend, wijst de rechtbank het verzoek af.
Organisatie
- Rechtbank Rotterdam
Documentsoort
- Uitspraken en jurisprudentie
Trefwoorden
- Goeder trouw
- Hardheidsclausule (288 lid 3 Fw)
- Rechtspraak
- Verplichtingen Wsnp
Gerelateerd
Op 7 juni 2022 is het faillissement van verzoeker uitgesproken. In deze zaak adviseert de curator positief omtrent omzetting van het faillissement in een Wsnp. Voordat de rechtbank het verzoek inhoudelijk beoordeelt, beoordeelt zij de ...
Weigering toelating tot Wsnp. De situatie is niet stabiel genoeg en daarnaast zijn er schulden niet te goeder trouw ontstaan. Evenmin is er sprake van een wending ten goede, zodat een beroep op de hardheidsclausule evenmin slaagt.
Volgens de rechtbank is niet komen vast te staan dat schuldenares zich de gehele periode van 3 jaar vóór indiening van het Wsnp-verzoek maximaal heeft ingespannen om de regresvordering van haar ex-partner zo klein mogelijk te houden. Haar de ...