C.3 Huwelijksvermogensrecht per 2018
Handleiding invullen vtlb calculator 2026
Inhoud
- A.Tabbladen
- B.Uitdraai calculator
- C.Overige aandachtspunten
- C.1Correcties woonlasten
- C.2Vtlb en buitenlands inkomen en/of wonend in het buitenland
- C.3Huwelijksvermogensrecht per 2018
- C.4Vtlb bij partner met inkomen uit zzp-werkzaamheden
- C.5Werkwijze bij aanvullende Pw-uitkering bij paar
- C.6Werkwijze verplicht zelf afdragen pensioen
- C.7Particuliere lease auto en het vtlb
- C.8Bijzonderheden voor het vtlb bij personen in een instelling
- C.9Werkwijze invullen vtlb-calculator bij overwerk
- C.10Berekenen netto vakantiegeld bij lage inkomens
- C.11Inkomensgrenzen behorend bij de verschillende groepen
C.3 Huwelijksvermogensrecht per 2018
Per 1 januari 2018 is het huwelijksvermogensrecht gewijzigd. Als er geen voorwaarden zijn opgemaakt, is de hoofdregel dat de gemeenschap van goederen van kracht is vanaf het moment van huwelijkssluiting en dat voorhuwelijkse schulden en bezittingen van partner A en partner B in beginsel buiten de gemeenschap en dus in het privévermogen vallen. Dit dient gedocumenteerd te worden en te blijven. Dit wordt de beperkte gemeenschap van goederen genoemd.
Bij het invullen van de vtlb-berekening moet het inkomen van beide partners ingevuld worden. Het inkomen van beide partners telt mee voor de berekening van de afloscapaciteit, ook als maar één partner is toegelaten tot een schuldregeling.
Als er van een stel slechts één partner is toegelaten, bijvoorbeeld omdat er alleen voorhuwelijkse schulden zijn, wordt voor de berekening van de afloscapaciteit nog altijd uitgegaan van het gezamenlijke inkomen. Immers, er is sprake van een huwelijk in gemeenschap van goederen. Als de toegelaten partner uitsluitend privéschulden heeft en geen gemeenschappelijke schulden, geldt dat de helft van de gespaarde gemeenschapsboedel verdeeld wordt over de schuldeisers van deze partner. De andere helft van de gemeenschapsboedel vloeit in het vermogen van de partner die niet in de
regeling zit. Het bedrag wat in het vermogen van de andere partner vloeit wordt niet gezien als inkomen van die partner (en heeft daarmee geen gevolgen voor het gezamenlijk inkomen en de boedelafdracht).
De boedelafdracht die uit het gezamenlijke inkomen wordt gespaard tijdens de
schuldsaneringsregeling moet volgens bovenstaande regels over beide groepen schuldeisers verdeeld worden. Hiervoor is een uitdelingscalculator ontwikkeld. Deze is, samen met een werkinstructie, te vinden op de website van Bureau Wsnp.
Zie: