Hoofdstuk 3
Vtlb rapport januari 2026
Inhoud
- Colofon
- 1.Algemeen
- 2.De berekening van het vrij te laten bedrag en de afloscapaciteit
- 3.De beslagvrije voet volgens art. 475da Rv
- 3.1De verschillende leefsituaties
- 3.2De verschillende groepen schuldenaren op basis van het belastbaar inkomen
- 3.3Verhoging beslagvrije voet voor woonkosten
- 3.4Verlaging van de beslagvrije voet in verband met privégebruik auto van de zaak (artikel 475db lid 1c)
- 3.5Artikel 475db lid 1a Rv – Aftrek van inkomsten partner
- 4.Reserverings-en arbeidstoeslag, correctie voor Eigen Risico zorgverzekering en correctie voor PGL-norm
- 5.Kosten waarvoor gecorrigeerd kan worden door de rechter-commissaris
- 5.1Correctie individuele lasten
- 5.2Correctie woonlasten boven maximale huur voor huurtoeslag en niet gecorrigeerd in de beslagvrije voet
- 5.3Gemeente- en waterschapsbelastingen
- 5.4Ziektekosten
- 5.5Kosten auto en vervoer
- 5.6Studiekosten van kinderen van de schuldenaar
- 5.7Kosten kinderopvang
- 5.8Alimentatie, co-ouderschap en omgangsregeling
- 5.9Correctie voor kosten budgetbeheer, budgetbegeleiding, mentorschap en beschermingsbewind
- 5.10Overige correcties
- 5.11Geen correcties
- 6.Inkomsten
- 6.1Inkomsten die wel als inkomen worden aangemerkt
- 6.1.1Inkomsten in verband met meerderjarige inwoners
- 6.1.2Verdeling heffingskortingen
- 6.1.3Belastingaftrek specifieke ziektekosten/ Tegemoetkoming Specifieke Ziektekosten (TSZ)
- 6.1.4Tegemoetkoming arbeidsongeschikten en individuele inkomenstoeslag
- 6.1.5Inkomen van zzp’ers en andere zelfstandig ondernemers zijnde een natuurlijk persoon
- 6.2Inkomsten die niet als inkomen worden aangemerkt
- 6.2.1Nabestaanden- en wezen uitkering
- 6.2.2Kinderbijslag
- 6.2.3Bijzondere bijstand
- 6.2.4Studiefinanciering voor schuldenaar en/of partner
- 6.2.5Uitkeringen op grond van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten
- 6.2.6Kindgebonden budget (KGB)
- 6.2.7Zorgtoeslag
- 6.2.8Inkomsten uit overwerk
- 6.2.9Vakantiegeld, eindejaarsuitkering, tijdsparen, uitbetaalde vakantiedagen, individueel keuzebudget
- 6.2.10Pleegkindvergoeding
- 6.2.11Persoonsgebonden budget (PGB)
- 6.2.12Onkostenvergoeding voor internationale chauffeurs
- 6.2.13thuiswerkkostenvergoeding
- 6.2.14Tegemoetkoming alleenverdieners
- 6.1Inkomsten die wel als inkomen worden aangemerkt
- 7.Overheveling
- Bijlage 1: De werking van de vtlb-calculator
- Bijlage 2: normbedragen
Hoofdstuk 3
De normbedragen zoals genoemd in hoofdstuk 3:
Maximale beslagvrije voet januari 2026
|
Bijstandsnorm |
Normbedrag |
|---|---|
|
Alleenstaande |
€ 2.191,42 |
|
Alleenstaande met kinderen |
€ 2.526,69 |
|
Paar zonder kinderen |
€ 2.881,41 |
|
Paar met kinderen |
€ 3.155,31 |
De maximumbedragen van de beslagvrije voet voor huishoudens met kinderen met kinderen zijn flink hoger vastgesteld en worden pas bereikt bij een veel hoger fiscaal inkomen. Reden hiervoor is dat door een wijziging in de beslagwet (artikel 475da lid 8 en 9 Rv) de normwaarden op een andere manier worden berekend. Voor de maximale beslagvrije voet betekent dit dat de component van het kindgebonden budget hoger wordt vastgesteld. Huishoudens met kinderen en een hoger inkomen krijgen hierdoor meer ruimte om het niet ontvangen kindgebonden budget te compenseren.
Participatiewetnormen januari 2026
|
Nr. |
Norm |
Bedrag excl. vakantiegeld |
Vakantiegeld |
Bedrag inclusief vakantiegeld |
|---|---|---|---|---|
|
1. |
(echt)paar/gezin |
€ 1.902,02 |
€ 100,11 |
€ 2.002,13 |
|
2. |
alleenstaande (ouder) |
€ 1.331,43 |
€ 70,08 |
€ 1.401,50 |
|
3. |
alleenstaande (ouder) in een inrichting (inclusief vakantiegeld) |
€ 443,76 |
||
|
4. |
normbedrag (echt-)paren in een inrichting (inclusief vakantiegeld) |
€ 690,27 |
Woonkosten
Woonkosten leiden alleen tot een verhoging van de beslagvrije voet als ze uitkomen boven het drempelbedrag van artikel 17 lid 2 Wet op de huurtoeslag (de ondergrens voor huur die al is begrepen in de bijstandsnorm): € 202,52.
Sinds 1 januari 2024 is de basishuur verlaagd ten opzichte van de normhuur en is de basishuur daarmee de ondergrens.
Servicekosten huur: maximaal € 48,- per maand (zie ook hoofdstuk 5 van deze bijlage).
Bij all-in kamerhuur
Voor de (gemiddelde) kosten van de overige voorzieningen bij kamerbewoners hanteert het Nibud een maandelijks normbedrag van € 81,45 (€ 2,68 per dag). Dit betreft gas, water, licht, gebruik wasmachine, overig.
Bij inwonende schuldenaren
Voor de (gemiddelde) kosten van voeding en overige voorzieningen hanteert het Nibud de volgende maandelijkse normbedragen:
- Voeding: € 203,92 (€ 6,70 per dag)
- Overige kosten (energie, water, wassen, overig): € 81,45 (€ 2,68 per dag)
- Totaalnorm voor voeding en overige kosten (dit bedrag is zonder woonlasten): € 285,36 (€ 9,38 per dag)
Omrekenen gebeurt als volgt:
- Van dagbedrag naar maandbedrag: bedrag * 365 / 12.
- Van maandbedrag naar dagbedrag: bedrag * 12 / 365.
Forfaitaire bedrag woonkosten eigen woning
maandbedrag ter hoogte van 0,048% van de WOZ-waarde van de woning.
Kinderbijslag
Minimale uitgaven kosten onderhoud van het kind om in aanmerking te komen voor kinderbijslag: ten minste € 522,- per kwartaal (€ 174,- per maand).