Hoofdstuk 5
Vtlb rapport januari 2026
Inhoud
- Colofon
- 1.Algemeen
- 2.De berekening van het vrij te laten bedrag en de afloscapaciteit
- 3.De beslagvrije voet volgens art. 475da Rv
- 3.1De verschillende leefsituaties
- 3.2De verschillende groepen schuldenaren op basis van het belastbaar inkomen
- 3.3Verhoging beslagvrije voet voor woonkosten
- 3.4Verlaging van de beslagvrije voet in verband met privégebruik auto van de zaak (artikel 475db lid 1c)
- 3.5Artikel 475db lid 1a Rv – Aftrek van inkomsten partner
- 4.Reserverings-en arbeidstoeslag, correctie voor Eigen Risico zorgverzekering en correctie voor PGL-norm
- 5.Kosten waarvoor gecorrigeerd kan worden door de rechter-commissaris
- 5.1Correctie individuele lasten
- 5.2Correctie woonlasten boven maximale huur voor huurtoeslag en niet gecorrigeerd in de beslagvrije voet
- 5.3Gemeente- en waterschapsbelastingen
- 5.4Ziektekosten
- 5.5Kosten auto en vervoer
- 5.6Studiekosten van kinderen van de schuldenaar
- 5.7Kosten kinderopvang
- 5.8Alimentatie, co-ouderschap en omgangsregeling
- 5.9Correctie voor kosten budgetbeheer, budgetbegeleiding, mentorschap en beschermingsbewind
- 5.10Overige correcties
- 5.11Geen correcties
- 6.Inkomsten
- 6.1Inkomsten die wel als inkomen worden aangemerkt
- 6.1.1Inkomsten in verband met meerderjarige inwoners
- 6.1.2Verdeling heffingskortingen
- 6.1.3Belastingaftrek specifieke ziektekosten/ Tegemoetkoming Specifieke Ziektekosten (TSZ)
- 6.1.4Tegemoetkoming arbeidsongeschikten en individuele inkomenstoeslag
- 6.1.5Inkomen van zzp’ers en andere zelfstandig ondernemers zijnde een natuurlijk persoon
- 6.2Inkomsten die niet als inkomen worden aangemerkt
- 6.2.1Nabestaanden- en wezen uitkering
- 6.2.2Kinderbijslag
- 6.2.3Bijzondere bijstand
- 6.2.4Studiefinanciering voor schuldenaar en/of partner
- 6.2.5Uitkeringen op grond van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten
- 6.2.6Kindgebonden budget (KGB)
- 6.2.7Zorgtoeslag
- 6.2.8Inkomsten uit overwerk
- 6.2.9Vakantiegeld, eindejaarsuitkering, tijdsparen, uitbetaalde vakantiedagen, individueel keuzebudget
- 6.2.10Pleegkindvergoeding
- 6.2.11Persoonsgebonden budget (PGB)
- 6.2.12Onkostenvergoeding voor internationale chauffeurs
- 6.2.13thuiswerkkostenvergoeding
- 6.2.14Tegemoetkoming alleenverdieners
- 6.1Inkomsten die wel als inkomen worden aangemerkt
- 7.Overheveling
- Bijlage 1: De werking van de vtlb-calculator
- Bijlage 2: normbedragen
Hoofdstuk 5
Servicekosten
Servicekosten zijn ook onderdeel van de woonkosten. Voor de definitie van servicekosten wordt aangesloten bij het voormalig artikel 5 lid 3 Wet op de huurtoeslag (vervallen per 1 januari 2026). In dit artikel stond omschreven welke kosten als servicekosten in aanmerking komen, namelijk:
- kosten voor het in bedrijf zijn van lift-, ventilatie-, hydrofoor- en alarminstallaties, en van verlichting van door de huurder met anderen gemeenschappelijk gebruikte ruimten;
- schoonmaakkosten van de lift en andere gemeenschappelijke ruimten;
- de kosten voor de diensten van een huismeester;
- kapitaals- en onderhoudskosten van dienstruimten en gemeenschappelijke recreatieruimten.
De wet ging uit van maximaal € 48,- per maand aan servicekosten in totaal met afzonderlijke maxima voor onderdelen van de servicekosten. Die nadere eis wordt niet in aanmerking genomen. Als er sprake is van genoemde servicekosten wordt met een bedrag van maximaal € 48,- per maand rekening gehouden.
Zorgkosten
- Eigen risico: € 385,00 per jaar.
Minimale eigen bijdrage WMO is afhankelijk van de gemeente waar men woont. In de meeste gemeenten is de minimale bijdrage WMO als volgt:
- voor 2-persoonshuishoudens tot 65 jaar: € 0,00 per maand.
- voor alle andere huishoudsamenstellingen/leeftijden: € 21,80 per maand.
Voor andere vormen van zorg (bijvoorbeeld Modulair Pakket Thuis (MPT) of Volledig Pakket Thuis (VPT)) gelden andere eigen bijdragen.
Autokosten
- Basiscorrectie auto: € 192,99
- Bedrag/km eigen auto: € 0,184
De grens van 4.600 kilometer per jaar is ingegeven door de gedachte dat in de meeste gevallen de auto noodzakelijk is voor het woon-werkverkeer. Hierbij wordt ervan uitgegaan dat een werknemer 46 werkweken heeft per jaar (52 weken verminderd met 6 weken vakantie en vrije dagen).
Studiekosten
Kinderen van 18 jaar en ouder op het voortgezet onderwijs, het voortgezet speciaal onderwijs en het Voortgezet Algemeen Volwassenenonderwijs krijgen zelf een basistoelage, eventueel aangevuld met een aanvullende toelage. Voor de aanvullende toelage is er een ouderlijke bijdrage voor ouders met een belastbaar inkomen van € 42.966,34 (inkomen 2023) of hoger. De eigen bijdrage is 30% van het inkomen boven deze grens. Dit bedrag geldt voor het schooljaar 2025-2026.
Co‑ouderschap en omgangsregeling
Bij beide regelingen wordt uitgegaan van een kostenvergoeding van:
- € 7,55 per kind per dag, of;
- € 3,78 per dagdeel.