Toelating met beroep op hardheidsclausule
Schuldenaar doet een rechtstreeks verzoek en wordt toegelaten tot de Wsnp op basis van de hardheidsclausule. Ook ziet de rechtbank reden om een eerdere ingangsdatum te bepalen. De looptijd is in principe 18 maanden.
Rechtstreeks Wsnp-verzoek
Omdat schuldenaar de aangifte omzetbelasting over het tweede kwartaal van 2020 niet heeft gedaan wil de Belastingdienst niet meewerken aan een (minnelijke) schuldregeling. De rechtbank is van oordeel dat in deze specifieke situatie het ontbreken van een poging om tot een minnelijke regeling te komen, niet aan de ontvankelijkheid van het verzoek in de weg staat.
Niet te goeder trouw
Schuldenaar heeft schulden laten ontstaan die naar hun aard niet te goeder trouw zijn ontstaan en die in beginsel dan ook aan toelating in de weg staan. In het bijzonder heeft de rechtbank gekeken naar de schulden aan de Belastingdienst. De schuldenaar heeft de omstandigheden, die hebben geleid tot het ontstaan en/of onbetaald laten van deze schulden, onder controle gekregen. Daarom laat de rechtbank haar, met toepassing van de hardheidsclausule, toch toe tot de Wsnp.
Eerdere ingangsdatum
De rechtbank komt tot de conclusie dat er weliswaar geen aanbod is gedaan, maar dat toch een eerdere ingangsdatum kan worden bepaald. De rechtbank stelt de ingangsdatum vast op 1 juni 2025, zijnde de eerste maand na de start van het traject waarin de schuldenaar heeft voldaan aan de inspanningsplicht en de afdrachtplicht.
Verplichtingen Wsnp
De bewindvoerder bekijkt nog of de verplichtingen uit het minnelijk traject zijn nagekomen. Voor zover het gaat om de verplichting tot afdracht van inkomen boven het vtlb en de inspanningsverplichting, die bij de toelatingszitting al zijn beoordeeld, verzoekt de rechtbank de bewindvoerder om uiterlijk bij het eindverslag ook verslag uit te brengen over de vraag of van materiële onjuistheden is gebleken (vergelijk r.o. 3.6.4 van het arrest van de Hoge Raad van 20 december 2024, ECLI:NL:HR:2024:1913). Dit kan eventueel aanleiding geven tot verlenging van de looptijd van de schuldsaneringsregeling.
De bewindvoerder zal bij het eindverslag ook een advies uitbrengen over de vraag in hoeverre aan de andere verplichtingen in het minnelijk traject is voldaan. Het gaat hier bijvoorbeeld om de informatieverplichting, de verplichting om schuldeisers niet te benadelen en de verplichting geen nieuwe schulden te maken. De rechtbank kan nu niet beoordelen of binnen het minnelijk traject aan die verplichtingen is voldaan. Deze vraag zal later worden beoordeeld aan de hand van het verslag van de bewindvoerder (artikel 351a Fw) en hetgeen tijdens de eindzitting blijkt (artikel 352 Fw). Op dat moment zal ook worden beoordeeld of na de toelating aan alle verplichtingen van de Wsnp is voldaan.
Organisatie
- Rechtbank Rotterdam
Documentsoort
- Rechtspraak
- Uitspraken en jurisprudentie
Trefwoorden
- rechtbank Rotterdam
- Rechtspraak
Gerelateerd
De datum die bij dit artikel vermeld staat is de datum waarop deze kenniskaart voor het laatst is bijgewerkt.
Hier vindt u een verzameling uitspraken van rechtbank Rotterdam, waarbij het Wsnp-verzoek wordt toegewezen maar de rechtbank géén ...
De schuldenaar verstrekt geen enkele informatie en van de mogelijkheden om zijn standpunt kenbaar te maken heeft hij meermaals geen gebruik gemaakt. De rechtbank beëindigt de Wsnp om die redenen.
Afwijzing verzoek omzetting faillissement naar schuldsanering. De rechtbank acht verzoeker niet te goeder trouw, is er geen goede boekhouding en zijn er (ambtshalve) schulden bij Belastingdienst en UWV. Verder acht de rechtbank het niet ...